Een medewerker vertelt

Archief:

Seppe Siborgs, Begeleider appartement A, multifunctioneel centrum (MFC)

Loes Vandewal, kwaliteits- en vormingscoördinator

Linda en Joke, washuis

Veerle en Nele, dagbesteding werkhal

Ronny Nicoli, diensthoofd keuken ad-interim

Karen en Ina, begeleiders in leefgroep A1A2

Tweemaandelijks onderwerpen we 1 of 2 medewerkers aan een spervuur van vragen. Deze maand zijn Ronny en Raf van de technische dienst aan de beurt.

Links op de foto Ronny, rechts staat Raf

Stel jezelf eens kort even voor

Raf: Mijn naam is Raf Kunnen, ik ben 41 jaar en ik woon in Bocholt samen met mijn vrouw en 2 kinderen (Fleur,12 en Daan,8). Ik werk hier op de technische dienst sinds 2006. Mijn hobby’s zijn spinning en zaalvoetbal.

Ronny: Ik ben Ronny Janssen. Ik woon in Peer, ben 36 jaar en ik heb geen kinderen. In 2001 ben ik hier beginnen te werken bij de technische dienst. Mijn hobby is eveneens spinning, soms gaan Raf en ik dan ook samen spinnen.

Wat waren jullie daarnet aan het doen.

Ronny: Ik was net bezig met een omkasting te maken voor de buizen op de WC weg te werken. Daar zal ik vandaag en morgen nog mee bezig zijn.

Raf: Ik was bezig met schilderwerken in het Fierkant in SHL. Opfrissing van de gang. Op weg naar hier werd ik ook nog aangesproken i.v.m. syndicaal werk.

Wat zijn je voornaamste taken?

Raf: Voor mij is dat schilderen. De rest van het takenpakket is zeer afwisselend. Ieder heeft misschien zijn specialiteit, maar we moeten vooral elkaar altijd kunnen vervangen. Zo ben ik gespecialiseerd als schilder en Ronny als schrijnwerker, maar we moeten evengoed bijstaan bij werken aan het sanitair of de elektriciteit. Verder worden we ook allebei ingezet als chauffeur. De grote projecten leveren ons het meeste voldoening. Als je ziet wat voor een project de Akkerstraat geworden is, dan mogen we daar zeer trots op zijn. We hebben daar alles van kelder tot plafond geverfd en dat zijn toch grote projecten. Nu staat de Haagdoornstraat voor de deur en die uitdaging zien we ook helemaal zitten.

Ronny: Nog een recent voorbeeld is de trappenhal. Als je de situatie vooraf vergelijkt met het eindresultaat is dat een wereld van verschil. Dat schenkt ons absoluut voldoening.

Raf: We krijgen nu fixatietechnieken. We moeten ooit lopen om de begeleiders in de leefgroep bij te staan als een zorggebruiker onhandelbaar wordt. Dat gebeurt toch wel minstens 2 maal per maand. Dat is niet gemakkelijk, want je bent rustig aan het verven en ineens moet je helemaal paraat zijn om de begeleiders bij te staan. We vinden het wel zeer positief en een meerwaarde dat we die lessen krijgen. Seppe doet dat goed, dat merken we aan de spierpijn na de lessen :).

Hoeveel mensen werken er op de technische dienst?

Raf: We zijn met 13 vaste werknemers. Iedereen heeft wel zijn eigen specialiteit, maar toch is het belangrijk dat we allemaal elkaars werk kunnen overnemen. Er zijn 4 permanentietechniekers: Erwin, Benny, Gianni en Willy. Zij werken ooit tot 21u30. De rest heeft normaal een vast uurrooster van 7u30 tot 16u00.

Hoe ben je bij Begeleidingscentrum Sint-Elisabeth terecht gekomen?

Ronny: Ik werkte voordien bij Schrijnwerkerij Janssen uit Opglabbeek. Zij hebben hier een heel deel van de paviljoenen verbouwd. Zo ben ik in contact gekomen met het begeleidingscentrum en leerde ik de mannen van de technische dienst al goed kennen.  Het leek me een zeer toffe bende en leuke omgeving om te werken, en dan ook nog eens op 5 minuten van thuis. Toen een vacature beschikbaar kwam, heb ik me dan ook meteen kandidaat gesteld.

Raf: Ik werkte 5 jaar als schilder bij Inter Deco en heb ook 3 jaar avondonderwijs schilderen gevolgd. Toen hier iemand vertrok, heb ik me opgegeven om hem op te volgen. Ik was toen eigenlijk zelfs een dag te laat met solliciteren, maar ik moet positief opgevallen zijn want ik kreeg de job toch aangeboden. We waren toen met 24, dus ik heb veel geluk gehad.

Wat vind je een van de leukste dingen aan je job?

Raf: De zorggebruikers zijn altijd goedgezind en daar word je zelf ook goedgezind van. Ze zien je al van ver aankomen en roepen dan naar je. Daarnaast stellen we ook de appreciatie voor ons werk ten zeerste op prijs. Het doet deugd om complimenten te krijgen voor je werk en zelf ervaar je ook een zeker gevoel van trots als je een karwei weer tot een goed einde hebt gebracht.

Ronny: We hebben nu ook meer mogelijkheden dan vroeger. Het meeste gereedschap dat we nodig hebben is hier voorhanden. En een werkman is maar zo goed als zijn gereedschap hem toelaat. Daarnaast moeten we ook zeggen dat we in een heel fijn team zitten vol toffe collega’s en de samenwerking verloopt meer dan goed.

Wat moeten onze lezers zeker weten over jullie taak?

Raf: Het is zeker niet te onderschatten. Als je een opdracht krijgt, gaat daar ook heel veel werk aan vooraf wat men niet altijd ziet. Een deur of kamer verven is niet enkel verven. Je moet dat afplakken, meubels verhuizen en vooral rekening houden met de zorggebruikers, … Die gevoeligheden leer je pas door hier te werken. Iemand die zelfstandig of extern werkt, heeft die ervaring uiteraard niet.

Heb je nog een leuke anekdote?

Raf: Ik heb wel eens een frats uitgehaald met Jean, de vorige schilder. Ik vroeg hem op de tractor naar achteren te rijden, maar had die stieken in 4x4 gezet. Als je dan over de weg rijdt, ga je bijna geen meter vooruit. Pittig detail, het regende toen pijpestelen. Toen hij hier voorbij kwam gesloft, zei ik tegen Jean: “Stap er maar vanaf, ik rij wel verder. Gij zijt al nat genoeg.” Ik stap op de tractor, zet de 4x4 uit en rij vrolijk weg alsof er niks aan de hand is. “Potverdikke, onnozelaar” riep hij me nog na. Achteraf hebben we er samen nog smakelijk mee gelachen.

Ronny: Zoals iedereen weet hebben we hier al eens last van ontsnapte konijnen. Wij worden ooit ingezet om de konijnen te vangen. Zo had een collega een konijnenval gezet, waarin hij dacht iets gevangen te hebben. Zijn verbazing was groot toen hij zag dat het een pluche schildpad was in plaats van een konijn :).

 

Onze nieuwsbrief